Mag ik blij zijn met een ingekrompen redactie? Dat het AD 124 van de 421 redacteuren ontslaat, levert mij alleen maar meer werk op. Minder vaste banen, meer freelancers.
‘Mijn’ AD, AD Rivierenland, blijft bestaan. Mooi. Ik behoud mijn bijbaantje. Nog mooier: ik kan waarschijnlijk zelfs meer gaan werken. De krant moet met minder mensen nog steeds vol, dus er zijn meer freelancers nodig. Zegt hoofdredacteur Jan Bonjer, en zei ook mijn directe chef.
,,Ik ben beschikbaar!” riep ik meteen – enigszins aarzelend.
Want kon ik zo vrolijk zijn als de vaste verslaggevers zaten te bedenken hoe ze zonder baan hun hypotheek konden betalen? ,,Mooi, dat is er alvast een,” lachte ze. Gelukkig, geen grafstemming. Maar toch, ze was zich wel degelijk bewust van de gevolgen.
Helemaal omdat ze veel kans maakt om zelf slachtoffer te zijn: het AD wil de organisatie versimpelen en met minder leidinggevenden gaan werken. Wat de reorganisatie voor ‘de vloer’ betekent, wordt pas bekend in augustus. ,,Rot, vooral omdat het in deze tijden niet zo makkelijk is om ergens anders aan de bak te komen,” zei ik. En ja, daar kwam toch de zucht.
Een schuldgevoel borrelde in mij omhoog. Ik sta echt niet te juichen, want ik weet dat de toekomst er niet beter op wordt. (Zie vorige blog) Maar voor mij is het ook niet verkeerd om een freelance, flexibel en voor studentenbegrippen goed betaald baantje te hebben.
De een z’n dood, de ander z’n brood, zou mijn moeder zeggen. Ze heeft weer eens gelijk.